interior-architecture, writings, research

 

interview Piet Oskam

Sedert decennia vindt er discussie plaats over de bouwpraktijk in ons land, m.n. daar waar het gaat over woningbouw. Onderzoekers zoals Habraken (1960 e.v.) en Leupen (2002) pleitten voor een fundamenteel andere wijze van woningbouw, vanuit meer standaardisatie en daarmee meer vrijheid voor de bewoner. Eveneens sedert decennia blijkt dit een weerbarstige materie; innovatie komt slechts moeizaam tot stand binnen een bouwwereld die gefocust is op een bouwproces en in beduidend mindere mate op de uiteindelijke gebruiker.
hybridLiving interviewde uitvoerig Piet Oskam. Directeur van het CIB, het Centrum Innovatie Bouwkolom, en vroeg hem naar oorzaak en gevolg; en vanzelfsprekend naar oplossingen.

MP: de huidige bouwpraktijk wordt gevormd door de keten; als we er van uitgaan dat er nu te weinig voortgang is, m.n. in de woningbouw, hoe dit te doorbreken?
PO: ieder voortbrengingsproces vindt plaats in een keten; veel hiervan is gericht op het toevoegen van goederen en diensten, nuttige dingen; en richten zich vaak op de eindgebruiker. De klant is de centrale focus in de bouwsector; ook hier is sprake van keten met meer schakels. Deze is echter niet erg gevoelig voor klantvraag; de eindgebruiker moet veel sterker worden. Waarom: omdat de huidige bouwpraktijk en werkwijze leidt tot faalkosten , tekortkomingen; de klant is dus niet tevreden met de kwaliteit van het gebodene. Een ander punt is dat de keten overbodige kosten geeft; dus leidt tot prijsopdrijving. De bouwpraktijk kan beter en sneller; of het snel genoeg gaat; verbeteren komt nooit snel genoeg. Soms is het goede de vijand van het betere; men vindt het in het algemeen goed genoeg, omdat alle partijen in de keten nog voldoende geld verdienen om hun bestaansrecht veilig te stellen. Er is geen directe noodzaak voor een verbeterslag, men blijft dus doen wat men altijd gedaan heeft en krijgt dus ook wat men altijd gekregen heeft.
MP: dat impliceert dus te weinig focus op de klant?
PO: Klantgerichtheid ontbreekt nog veel te vaak! Het bouwproces heeft een complex karakter, is technisch georiënteerd, productgericht. Het gaat om het product, minder om proces en service. Het is ook een kwestie van aansprakelijkheid; alle schakels zitten in elkaars greep, in een aanneemhouding, laten niet toe dat een ander 'spart' met de klant. De aanbodgerichtheid is groot; product-denken staat centraal, de techniek domineert. Het moet gaan om vraagsturing, proces, service; de bouwsector moet een dienstensector worden. Dat heeft veel consequenties voor alle partijen die in de bouwsector een rol vervullen. De productleverancier moet kennisgerichte dienst worden; dat vraagt veel van de huidige praktijk, die competenties hebben ze niet, dus is de bouwsector gedoemd alles bij het oude te houden. vernieuwing vat nauwelijks post, maar er is wel een groep architecten, bouwers en installateurs die het wel snapt, elkaar nodig hebben en elkaar moeten vinden.
MP.: omdat het gaat zoals het gaat ligt er druk op kosten, op de realisatie, waardoor ambachtelijkheid enigszins verloren gaat. Het werk van de gemiddelde timmerman, tegelzetter of stukadoor is in de doorsnee woningbouw minimaal.
PO: Noem eens een sector waar het ambacht nog wel centraal staat? We melken ook de koeien niet meer met de hand. De bouwsector moet industrialisatie in het bouwproces accepteren, dus meer plannen, stroomlijnen, met een betere overbrugging in de schakels. De vraag is; wie krijgt de regie? Met meer industriele flexibiliteit kan er ook meer aandacht voor de klant zijn; vernieuwing komt te weinig uit de bestaande bouwpraktijk; bouwers blijven bouwen zoals ze dat altijd gedaan hebben. Vernieuwing komt vaak van de techniek, de leveranciers en toeleveranciers; alleen staan bouwers hiervoor niet open. Ik krijg vaak de vraag: wat moet er dan gebeuren? Maar er moet niets, het is een keuze: of alles bij het oude laten of vernieuwen; men moet de eigen positie bepalen.
MP: maar men is wel werkzaam in het meest elementaire wat een ieder heeft: een huis. Als de bouwsector daar anders mee omgaat geeft men eerder de verantwoordelijkheid aan de bewoner, eerder in het bouwproces en niet later.
PO: Dit is een terrein van veel gemiste kansen. De bouwsector laat het liggen omdat men de ruimte krijgt om de ouderwetse praktijk vast te houden; men cultiveert de bestaande aanpak zolang dat werkt, veranderen is moeilijk, zeker als het over de mensen zelf gaat. Wonen en daarmee bouwen zijn hele primaire levenscondities, net als een baan, een levenspartner; het zijn 'events of life'. Daarin moet je je verdiepen, daar moet je aandacht voor vragen van woonconsumenten, hun woonwensen centraal stellen, meerwaarde genereren; dan kun je ook meer verdienen. Maar zo wordt er niet gedacht; dus het blijft onderbelicht en onbenut. Als het gaat over de hoeveelheid woningen; dat is m.n. een kwantitatieve discussie; welk soort, welk segment; daar is weinig over bekend. De TU Twente doet nu onderzoek naar woonwensen; het blijkt vaak niet meer dan een dak boven het hoofd en een sleutel voor de voordeur. Woonwensen krijg je pas als je meer bestedingsruimte hebt.
MP: wanneer je mensen vraagt keuzes te maken t.a.v. zaken waarin men vrijwel nooit een keuze heeft gehad kun je het hen moeilijk kwalijk nemen als ze dat niet kunnen verwoorden.
PO: de technische opties blijven onbenut zolang men deze niet kent en er niet mee vertrouwd is. Zie domotica: het gemak dient de mens; maar de mens ziet techniek eerder als een bedreiging dan als een kans. T.a.v. de bouw zie ik 2 zaken: er is intelligente techniek, dat geeft een smart building. Daarnaast is er 'building smart'; er zou een kruispunt moeten komen waar beiden elkaar raken. Intelligente gebouwen moeten worden gerealiseerd door intelligente marktpartijen; in alle fasen van het bouwproces: ontwikkelingsfase, contractfase, uitvoerende fase, opleverfase; maar belangrijk: ook de gebruiksfase. Dat hebben we, als bouwsector, volstrekt laten liggen. We hebben van de oplevering het hoogtepunt gemaakt, we vertrekken en laten het verder over aan de bewoner. Dat kan, denk ik, niet meer; je blijft als bouwer betrokken bij de gebruiksfase, van je product, zoals je ook soms in het geval van je auto terugkeert voor een servicebeurt. Waarom laat de bouw dat liggen; omdat men bang is voor aansprakelijkheid. Het heeft echter een keerzijde: een eerste verbouwing kan beter als er een goede relatie met de eigenaar is. Woningbouw wordt dan een andere wereld; de crisis helpt mee, maar of het snel genoeg gaat? Waarom moet het snel; het geeft ook ruimte voor reflectie en bezinning.
MP: wanneer het gaat om multifunctioneel bouwen: mensen als Habraken en Leupen; er wordt al zolang gepraat maar er gebeurt weinig. Zij pleiten ook al jaren voor basaler bouwen, flexibeler, meer opties voor herindeling. De rol van de bouwer verschuift dan naar het bouwen van basisvoorzieningen; de afbouw ligt op een ander vlak.
PO: er zijn wel voorbeelden, het komt wel van de grond. Er zijn flexibele concepten waar de huurder een casco huurt en er zelf iets van maakt. Er zijn corporaties die alleen woningen willen die aanpasbaar zijn; de demografische ontwikkeling voorziet in 20 jaar, daarna veranderd de vraag. Je moet dus met lagere kosten die vraag kunnen ondervangen. Je bouwt niet meer voor 50 jaar. Met conceptueel bouwen worden varianten aangeboden, maar dat staat haaks op de klassieke bouwpraktijk en kan alleen bestaan met een coalitie van bouwer en constructeur.
MP: hoe staat een thema als duurzaamheid hierin?
PO: duurzaamheid is een beetje uit aan het raken; het wordt vaak als etiket opgeplakt, het is een containerbegrip. Ik had recentelijk een discussie met 30 mensen uit de bouw en kreeg 30 definities van duurzaamheid; er is dus een grote mate van begripsvervuiling, net als overigens bij domotica en Internet of Things. Er moet een scherpe definitie worden gehanteerd anders verdwijnt het in het bouwproces. Er zijn teveel interpretaties en geen integrale oplossing; dus is er geen integraal proces, dus veel faalkosten. Bouwers onderschatten wat er bij wezenlijke verandering komt kijken.
MP: ook in het geval van innovatie?
PO: juist dan! Men heeft het altijd zo gedaan, de investering in kennis en kwaliteit is niet gedaan en dus gaat er veel fout, dus komen er veel misverstanden, die leiden tot geschillen en procedures. Ook vorig jaar weer meer, ondanks alle gesprekken over betere bouwprocessen neemt het aantal geschillen toe. Dat zit ook bij de klant: die heeft het altijd geaccepteerd. We kennen de klant niet, die wordt gezien als stoorzender en wordt niet meegenomen in et proces. Er moet regie zijn in de communicatie met de klant, het bouwproces moet gefaseerd, er moet een 'klantmoment' benoemd worden; dan wordt oplevering een feest zonder bouwgebreken.
MP: in het geval van veel andere producten accepteren we dat niet; het proces wordt teveel geaccepteerd?
PO: ja, we nemen teveel genoegen met het bestaande, het vertrouwde, , we zijn te weinig kritisch. De klassieke bouwcultuur heeft een aanneemhouding, de klant schiet tekort in het ventileren van eigen wensen en bouwprofessionals houden de klant dom. Maar daag die klant uit, kom te weten wat deze wil; dus meer aandacht voor de proceskant. Als bouwer moet je daarvoor de competenties in huis halen, maar vaker neemt men een kopersbegeleider in dienst. Die levert in feit een doekje voor het bloeden en toont: zo gaat dat in de bouw.
MP: het bouw- en realisatieproces wordt steeds digitaler; dat stopt nu bij oplevering. Hoe zou je dat beter kunnen integreren?
PO: het begint bij een integrale ontwerpopgave, bij de leveranciers van de techniek. Het gebeurt vaak niet omdat leveranciers gedwongen worden voor de laagste prijs te leveren. Er moet veel meer worden gezocht naar de beste oplossing: die heeft meerwaarde met een ander verdienmodel. Wonen zie je dan niet als bouwproduct maar als woonservice; toekomst kan dan het afrekenen per maand wooncomfort zijn. Vraag is dan wel: wie zit er aan de meterkast; als IoT dichterbij komt en onze woonwereld binnendringt, dan is de klassieke bouw geen relevante partij meer.
MP: recentelijk stond in Eigen Huis een artikel van architect Thomas Rau: we willen geen lampen maar licht, geen cv.-ketel maar warmte. Waarom alle aandacht op het product in plaats van op het resultaat?
PO: dan lever je dus woonservice; gebouw plus technische voorzieningen in het gebouw en die voorzieningen worden steeds belangrijker. Alles wordt vanaf 1 scherm geregeld. Bouwers hebben geen verstand van die techniek; dus techniek leveranciers zouden moeten afrekenen met de klant. IBM bijvoorbeeld heeft een programma dat de bouwwereld digitaliseert, de woning intelligenter maakt. Men gaat met de klant aan tafel; dus de bouwer verdwijnt uit beeld. Als de bouwsector nu niet wakker wordt is ze binnenkort helemaal niet meer relevant en gaat slechts uitvoeren.
MP: hoe creatief kan de bouwsector dan nog zijn in het aanbrengen van de randvoorwaarden. Als er bouwdatabase is gegenereerd kan die worden overgedragen aan de bewoner die daarmee verder kan. Als er een momentum komt waarop de bouwers het zich niet meer kunnen permitteren het anders te doen ontstaat wellicht echte verandering.
PO: je hebt het dan over 4-D; de bouwsector praat nog over van 1-D naar 2-D. Daarmee heeft men al veel moeite, zie BIM. Als het initiatief wordt genomen door de designer die 4-D al wel kent, dan wordt de bouw wellicht meegenomen.
MP: als het proces vernieuwend wordt binnen de woningbouw; tot welk moment wordt er dan gebouwd, waar neemt de bewoner het over? Waar ligt die grens volgens jou; na de ruwbouw?
PO: denk meer in verbindingen, niet in verschillen tussen ruwbouw en afbouw. De klant zal dat verschil worst zijn; alleen in ruwbouw kan die niet wonen. Er is pas een integrale oplossing als beide sectoren zijn verbonden; daarin moeten ontwerpmanagers opstaan die de klant centraal stellen en ruwbouw en afbouw in een hand krijgen. Je moet het wel productietechnisch scheiden; het een gebeurt ter plekke, het ander in de fabriek. De klant wil dat alles niet weten, die is alleen geïnteresseerd in complete oplossingen.
MP: maar waar begint de invloed van de klant? Ligt die na oplevering van de ruwbouw, gevels , dak?
PO: het begint al bij de initiatiefase, daar wordt 80% vastgelegd. Al in de ontwerpfase sparren met de klant, maar je moet wel het gehele proces kunnen overzien. Het succes van het resultaat wordt gemaakt in de ontwerpfase, daar worden de beslissingen genomen die bepalen of er een tevreden klant komt. Communicatie is het sleutelwoord in het proces tussen de bouwprofessional en de klant.
MP: dat gaat er nog steeds van uit dat er in verregaande mate voor de klant wordt ontworpen, i.p.v. in een eerder stadium , bijv. de ruwbouw, uit te stappen en de ambachtsman het proces te laten overnemen.
PO: maar dat wil de klant niet; die wil een oplossing voor zijn woonwensen. Ik snap dat de ruwbouw een andere opgave is dan de afbouw, maar in commerciële zin gaat het er juist om dat je beiden verbindt en dat de belevingscomponent daarbij centraal staat.
MP: maar de vraag is wie dat doet? Moet je de afbouw neerleggen binnen dezelfde keten die zorgt voor de ruwbouw? Of treedt er na de ruwbouw een ander proces in werking?
PO: in de conceptuele bouw bestaat 60-80% uit homogene, uniforme elementen. De differentiatie zit in de 20-40% van het gebouw, daar kan de klant voor kiezen. Zie de auto-industrie; de platforms van veel types zijn hetzelfde. De regie echter moet wel in een hand zijn; de klant wil met 1 partij te maken hebben. Niet een casco kopen bij de een en voor de afbouw met een ander om tafel moeten zitten. We hebben het ook teveel aan de makelaars overgelaten; het bouwen van de toekomst heeft een eigen loket naar de markt. Voor de makelaar is dan geen rol meer weggelegd; die zijn aanbodgericht.
MP: even m.b.t. de actualiteit: waar liggen nu de belemmeringen om het huidige proces te doorbreken? Ligt dat in de begrippenfase?
PO: meer in de competentiesfeer; er zijn investeringen nodig in kennis en kunde.
MP: is dan de bouwer de aangewezen persoon om met de klant te praten?
PO: de bouw loopt een grote kans ingehaald te worden door andere partijen die dat beter kunnen. Zie bv. de hovenier; een optie is de woning tegelijk met de tuin op te leveren, maar de bouwer vindt de hoveniers lastposten, de hoveniers vinden de bouwers uitknijpers. Er is natuurlijk ook een enorme industrialisatie geweest in de bouw; we zijn nu in een nieuwe fase waarin we meer oog willen hebben voor de klant. Het bouwproces is daarvoor niet ingericht, de bouwers moeten meer allianties vormen. De wereld van hybridLiving waarin jij als interieurarchitect nu bezig bent heeft de bouwwereld zich niet eigen gemaakt; men heeft gewerkt als aannemer en de aannemer kan niet samenwerken.
MP: m.b.t. de randvoorwaarden voor domotica en IoT; wat is dan het eerste wat de bouw moet faciliteren?
PO: allereerst de onderkenning van de ontwikkeling, openstaan voor samenwerken, al in de ontwerpfase integreren; dus intelligenter ontwerpen. Toestaan dat een ander het voor het zeggen krijgt, samenwerken.
MP: afsluitend: als we 3-5 jaar verder zijn: wat zijn dan de maatregelen die hybridLiving en Council zouden moeten initiëren om echt verder te komen?
PO: door de huidige crisis worden de ontwikkelingen in de komende jaren gedomineerd door kostenreductie, in dit geval van het wonen. Door een intelligentere woning kunnen de kostenelementen worden beheerst. Alles waardoor wonen duurder wordt, heeft geen bestaansrecht. Veel goedbedoelde plannen worden door de economische crisis ingehaald en veel van wat nu bestaat is binnenkort achterhaald. Daartussen ligt het speelveld van innovatieve partijen, die verbindingen leggen tussen de wensen van consumenten en de toenemende mogelijkheden van de techniek.
MP: dank voor dit gesprek.
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Literatuur:
• Habraken, "de dragers en de mensen" , uitg. 1961 Scheltema
• Leupen, B, "Kader en generieke ruimte", uitg. 010, 2002.
• Well, M.van (red.) "Beter bouwen en bewonen", uitg. STT, nr.68, 2004.
• "De woningplattegrond, standaard en ideaal", uitg. Delft Architectural Studies on Housing, NAI-Publishers, 2010.
• "Towards a New Kind of Building", Kas Oosterhuis, uitg. NAI-Publishers, 2011.

Publicaties/Publications 13-03-2012 Bookmark and Share

Laat hier een bericht of reactie achter

Bericht of reactie wordt op de website gepubliceerd.
Om te reageren per e-mail: stuur een bericht aan info@martinpot-interiors.com


Verplicht; maar wordt niet gepubliceerd
 
 

 

· Hybrid living
· Publicaties/Publications
· Weblog

RSS feed
Webdesign Stammeshaus.com